Reactie op FD: Gendergelijkheid vereist meer dan alleen een plek in de boardroom; het begint bij toegang tot kapitaal.
Komende zondag is het Internationale Vrouwendag, een moment om stil te staan bij de positie van vrouwen in onze samenleving. In deze krant was onlangs te lezen dat het slechts vijftig jaar geleden is dat vrouwen voor het eerst de vloer van de Amsterdamse effectenbeurs betraden. Dat laat zien hoe recent de toegang van vrouwen tot de financiële wereld eigenlijk is.
Sindsdien is er veel veranderd. Vrouwen leiden banken, beheren miljardenvermogens en bekleden strategische functies. Maar wie verder kijkt dan deze zichtbare doorbraak aan de top, ziet dat de ongelijkheid nog altijd dieper in het financiële systeem zit. Sterker nog: volgens cijfers van het World Economic Forum duurt het wereldwijd nog 152 jaar voordat de economische genderkloof volledig is gedicht. Dat is meer dan vijf generaties. Het laat zien dat vooruitgang weliswaar plaatsvindt, maar ook hoe langzaam structurele verandering gaat. De vraag is dus niet alleen hoeveel vrouwen er inmiddels aan tafel zitten, maar ook wie daadwerkelijk toegang heeft tot de middelen om economische kansen te creëren.
Diversiteit aan de top is onvoldoende
De discussie over vrouwen in finance gaat vaak over het aantal vrouwelijke bestuurders. Dat is belangrijk, maar het raakt slechts een deel van het probleem. Als we gendergelijkheid serieus nemen, moeten we het gesprek verleggen van diversiteit in de boardroom naar een fundamentelere vraag: wie krijgt toegang tot kapitaal, investeringen en vermogen?
De cijfers laten zien dat die toegang nog altijd ongelijk verdeeld is. In Nederland is 38 procent van de ondernemers vrouw, maar zij ontvangen slechts 13,7 procent van de financiering. Minder dan twee procent van het durfkapitaal gaat naar vrouwelijke oprichters. Ook de vermogenskloof is groot: vrouwen bezitten gemiddeld zo’n 40 procent minder vermogen dan mannen. Daarnaast investeert slechts één op de vijf vrouwen, terwijl 69 procent aangeeft hier graag meer over te willen leren. Dat wijst niet zozeer op een gebrek aan interesse, maar eerder op een financieel systeem waarvan de taal en logica lang niet altijd aansluiten bij hoe vrouwen naar geld en investeren kijken. Het gevolg is dat talent, ideeën en ondernemerschap minder kans krijgen om uit te groeien tot succesvolle bedrijven.
Geen vrouwenprobleem
Dit is geen vrouwenprobleem. Het is een economisch vraagstuk. Wanneer een grote groep ondernemers structureel minder toegang heeft tot financiering, laat de economie simpelweg groeipotentieel liggen. Ondernemers met goede ideeën kunnen minder makkelijk opschalen, minder investeren en uiteindelijk minder banen creëren. Diversiteit in ondernemerschap draagt aantoonbaar bij aan economische groei en ontwikkeling. Sterker nog: een gelijkwaardigere verdeling van beschikbare financiering zou jaarlijks naar schatting 139 miljard euro extra economische waarde kunnen opleveren in Nederland.
Als we het tempo waarin de genderkloof wordt gedicht willen versnellen, moeten we daarom niet alleen kijken naar vertegenwoordiging in de top, maar ook naar hoe kapitaal en investeringen worden verdeeld.
Systeemverandering
De ongelijkheid begint bovendien vroeg. Financiële zelfstandigheid van vrouwen is historisch gezien relatief nieuw. In Nederland waren gehuwde vrouwen tot 1956 juridisch handelingsonbekwaam en konden zij geen eigen financiële beslissingen nemen. Dat verleden werkt nog altijd door in culturele aannames over geld, risico en ondernemerschap. Het verklaart waarom vrouwen vandaag nog steeds minder investeren, minder financiering ontvangen en gemiddeld minder vermogen opbouwen. De volgende stap in gendergelijkheid zit daarom niet alleen in meer vrouwen aan de top van bedrijven. De echte verandering zit in:
- meer vrouwelijke investeerders
- betere toegang tot financiering voor vrouwelijke ondernemers
- meer aandacht voor vermogensopbouw en financiële onafhankelijkheid
Want wie toegang heeft tot kapitaal, bepaalt uiteindelijk ook welke ideeën kunnen groeien.
Van meedoen naar meebouwen
De pioniers van vijftig jaar geleden vochten voor toegang tot de financiële sector. Dankzij hen zijn we op het punt waar we nu zijn. Maar de uitdaging van nu gaat verder. We moeten er niet alleen voor zorgen dat vrouwen deelnemen aan het financiële systeem, maar ook dat zij er volwaardig van kunnen profiteren en eraan kunnen bijdragen. Zolang kapitaal ongelijk wordt verdeeld, blijven economische kansen ongelijk. Als het huidige tempo aanhoudt, duurt het nog meer dan een eeuw voordat echte economische gelijkheid werkelijkheid wordt.
